Overslaan en naar de inhoud gaan
Documentnummer 1428-154, laatst bijgewerkt op 3 april 2023, periode 1688

7 oktober 1688

Vindplaats van het origineel

Regionaal Archief Tilburg, toegangsnummer 1428, Charterverzameling Tilburg (en Goirle, Berkel-Enschot en Udenhout), inv.nr. 154

Samenvatting oorkondetekst

Akte van schuldbekentenis, gepasseerd voor schepenen van ’s-Hertogenbosch, door Adriaen Bernagie, drossaard, en Ego de Wits, oud-borgemeester van de heerlijkheid Tilburg, als gemachtigden van schepenen, borgemeesters en geërfden, aan Willem Vos, notaris en stadsklerk te ’s-Hertogenbosch, van 2000 karolus gulden.

Transcriptie

De Heer Adriaen Bernagie drossart, ende Seigneur Ego de Wits, out ǁ Borgemeester der heerlijckheijt Tilburgh inden naeme ende gemechtticht tot het naevolgende van schepenen ǁ out borgemeesters ende principale geerfdens der heerlijckheijt Tilburgh voors., representerende de selve gemeijnte ǁ als te weten Paulus Scholt, C. de Grandt, Jan de Groot, Hendrik Brouwers, Meus de Wolf, Dionijs Colen, ǁ Adriaen van Eethen, Balthasar Schaepsmerders, Peter Peters van Walen, Willem Staeckenburgh, Willem van Goeren, ǁ Jan Molegraef, Cornelis Stassarts, Barthel van Oerle, Jacob Peters van Heijst, A. Maes, Joost Brock, ǁ J. Houttepen, Cornelis Marten Colen, Johannes Laureijns Colen, Bartholomeus Heijcant, H. Stassarts, Christiaen ǁ van Coopen, Wouter Seers, Cornelis Jan Coijen, J. vanden Heuvel, Adriaen Nuits, Cornelis Jan van Oerle, ǁ Joost Mombars, L. Verrassen, Hendrick Adriaens de Roij, Jan Cornelis Pessers, Jan Cornelis Lasten, ǁ ende Peter van Hout, inne procuratie brieven onder het schependoms zegel ende signature der constitu ǁ antten, mitsgaeders van J. Molegraefs substituut secretaris gedepescheert, wesende gedateert den 19 augustij lestleden ǁ ende uijt crachtte der machtte, haar daar bij soo blijckende was gegeven ende verleent hebben gelooft als ǁ schuldenaren principaal soo op verbant van haer eijgene als der voors. constituantten personen ende goederen present ende ǁ toecomende onverscheijden ende elcx in solidum, Seigneur Willem Vos notaris ende clerck deser stadts secretarije de summe ǁ van twee duijsent carolus guldens tot twintich stuijvers goet permissie gelt elcken gulden ghereeckent metten interest ǁ tegens vier gulden thien stuijvers ten hondert van heden over een jaar te voldoen ende te betalen ende binnen ǁ dese stadt vrij van alle commeren ende lasten egeene uijt gescheijden te leveren sonder langer uijtstel ofte oock eenich ǁ tegenseggen in recht ofte daar buijten overmits d oprechtte deughdelijckheijt deser schult is spruijtende van verstreckte ǁ penningen, welcke sijn geemploijeert tot aflossinge van twee capitalen als te weten eene van duijsent guldens ǁ ende d andere van drije duijsent guldens beijde aende heer Hendrick Nuis als man ende momboir van Margareta ǁ vande Sande, die deselve in sijnen voors. qualiteijt tot behoeff van het gemeijnne corpus van Thilburgh was ǁ hebbende ende teghens hooger interest stonden, volghens twee distincte schepenen brieven d'eene ǁ gedateert den dertichsten januarij sesthienhondert tweeenseventich, ende d'ander den tweeden ǁ januarij sesthienhondert negenenseventigh, ende de cassatie daar van op gisteren den sesten ǁ october sesthienhondert achtentachttich ten prothocolle aengheteeckent, ende ofte het ǁ ghebeurde dat de voorschreve somme ten voorschreven daeghe niet en wierde gerestitueert ǁ soo ghelaten de selve alnoch uijt crachtte ende op verbandt als voor daar van intrest te geven ǁ als voor tot d'effectueele afflossinghe toe, Getuijgen waren hier over schepenen ǁ inne s'Hertogenbossche Dirck s'Gravesande ende Cornelis t' Hooft, ghegeven ǁ den sevenden dach der maant october int jaar ons heeren duijsent sesshondert acht en ǁ tachttich

L. Cattenburgh

 

Dorsale aantekening:

De cassatie, lossinge en quijtinge ǁ deses vant comptoire der Domeijnen ǁ van Brabant binnen 's Bosch ver ǁ toont en aangetekent desen ǁ 27. februarij 1726 ǁ H. Santvoort ǁ geauthoriseerde

 

Desen brief bevonden ǁ ten prothocolle der stads ǁ secretario van s Bosch ǁ gecasseert te sijn op ǁ den 18. april 1720

 

W[***] 27/2 26

 

Gecasseerde schepenschuldbrief corpus ǁ 1688