Overslaan en naar de inhoud gaan
Documentnummer 1428-149, laatst bijgewerkt op 3 april 2023, periode 1717

7 april 1717

Vindplaats van het origineel

Regionaal Archief Tilburg, toegangsnummer 1428, Charterverzameling Tilburg (en Goirle, Berkel-Enschot en Udenhout), inv.nr. 149

Samenvatting oorkondetekst

Akte van schuldbekentenis, gepasseerd voor schepenen van ’s-Hertogenbosch, door Adriaan Bernagie, drossaard, en Johan de Jongh, secretaris, beiden te Tilburg, namens de regenten van de heerlijkheid Tilburg, aan mr. Petrus Nagelmakers, namens Anna Bosch, weduwe van Pieter van den Endepoel, van 1000 karolus gulden.

Transcriptie

D' heeren Adriaan Bernagie drossaard en Johan de Jongh secretaris beijde tot Tilburgh gemegtigt ǁ [t]ot s'geens navolgende van de gesamentlijcken regenten van Tilburgh, inne procuratie voor deselven op den seven en twintighsten ǁ maart deses jaars gepasseert en bij den heeren Diderick Ulens in qualiteijt als preses ondertekent, ende mettet gemeenen heerlijckheijts ǁ voors. zegel becraghttight, deselven regenten gemeghttight bij octroij verleent bij haar hoog mogende wesende vander date den eersten october ǁ seventien hondert en ses, luidende van woorde tot woorden als volght, extract uijt het register der resolutien vande hoog mogende heeren ǁ Staten Generaal der Verenighde Nederlanden, veneris den eersten october 1706, ontfangen eenen missive vanden Raad van Staten ǁ geschreven alhier in den Haghe den eersten, houdende ingevolge en tot voldoeninge van haar hoog mogende resolutie vanden negentienden april ǁ laastleden, den selver advies op de requeste ten selven daghe aan haar hoog mogende gepresenteert, bij ofte van wegen de regentten ǁ van het quartier van Peelant Meijerije van s'Hertogenbossche, waar bij zij supplianten hadden versoght continuatie voor ǁ aght a tien jaren vanden authorisatie haar verleent bij resolutie vanden seventienden februarij seventien hondert voor den ǁ tijd van ses jaren niet alleen om successivelijck op te nemen soo veel penningen als haar capitaal zou werden opgeseght, ǁ maar oock als de supplianten goed vinden zouden op te seggen, zoo wanneer haar occasie voorquam om de capitalen ǁ tot hooger interest lopende te connen afflossen, waar op gedelibereert zijnde is goed gevonden en verstaan, dat aan de ǁ supplianten gelijck oock aan d'anderen quartieren sal werden geaccordeert en toegestaan, soo als haar geaccordeert ǁ en toegestaan wert mitsdesen om successivelijck te mogen opnemen soo veel penningen als haar capitalen zullen werden ǁ opgeseght, oft als zij sullen goedvinden op te seggen zoo wanneer als haar occasie sal voorkomen om capitalen ǁ tot hoogeren interest lopende te connen afflossen, mits dat soo in het geval van opsegginghe der capitalen, oft als ǁ wanneer de regenten zoude gelegentheijt vinden om capitalen loopende tot hooger interesse te lossen door het opnemen van ǁ penningen op lager, d'acte van opseggingh, mitsgaders de nieuwe renttebrieff, oft obligatien met d'affgeloste behoorlijk ǁ gecasseert, zullen moeten verthoont werden ten comptoire vande domeijnen in het quartier van s'Hertogenbosch ǁ binnen veertien daghen naar d'afflossinghe, om daar van notitie te houden, dat oock geen hooger interest sal ǁ mogen werden belooft als vier vant hondert, en genen capitalen loopende tot hooger interest op te seggen van wegens de ǁ corpora, als na dat zij aan de houders de voors. renttebrieven oft obligatien zullen hebben laten affvragen, oft zij ǁ genegen zijn d'interessen te laten reduceren op sulcke zomme, als zij bij de nieuwe te doene negotiatie, zouden ǁ connen becomen, van welcke affvraginghe ten gemeltte comptoire der domeijnen als dan mede behoorlijck ǁ sal moeten blijcken, onderstont accordeert mettet voors. register, en was getekent F. Fagel, En uijt craghtte ǁ der maghtte de selven regenten bij den voors. octroije, ende de voors. geconstitueerden bij de voors. procuratie soo ǁ blijckende was gegeven ende verleent, hebben gelooft op verbant hennen persoonen en goederen hebbende ende vercrijgende ǁ en als schuldenaeren principaal en in solidum het corpus en alle haren personen en goederen hebbende ende vercrijgende ǁ d' heer en meester Petrus Nagelmakers ten behoeven van juffrou Anna Bosch wedue d' heer Pieter vanden Endepoel, eene somme ǁ van een duijsent caroli guldens tot twintigh stuijvers 't stuck goet permissie gelt elcken gulden gereeckent metten interest ǁ van dien tegens drije gulden tien stuijvers vant hondert, vanden eersten meij aanstaanden over een jaar te voldoen ende te ǁ betalen, ende binnen dese stad vrij van alle lasten egeene uijtgescheijden te leveren sonder langer uijtstel ofte oock eenigh ǁ tegenseggen in reght ofte daer buijten, overmits d'opreghtte deughdelijckheijt deser schult is spruijtende van goede ende ǁ welgetelde penningen bij de voors. gemeghttighde ten behoeven vande voors. gemeente uijt handen vanden voors. juffrou vanden ǁ Endepoel gehad en ontfangen, zoo zij dat bekennen en verclaren mits desen, en oft het gebeurde dat de voors. somme ǁ ten voors. dagen niet en wierden gerestitueert, zoo geloven deselven op verbant en in solidum als voor daar van interest ǁ te geven als voors. totten volle en effectuele voldoeninge en afflossinge toe, en in cas van repetitie oft restitutie sal men ǁ wederzeijts gehouden sulx malcanderen ses maanden van te vooren wettelijck te verkondigen, en staat te weten datte ǁ voors. opneminge geschiet om daar mede aft te lossen gelijck een duijsent guldens in eene meerdere zomme van twee duijsent ǁ guldens wegens 't voors. corpus aan juffrou de wedue wijlen d'heer secretaris verschult gelijck in schepenen brieven van ǁ Tilburgh daar van gemaakt breder staat begrepen wesende vander date den aghsten april seventien hondert, gelovende de voors. ǁ gemeghttighde verderen haar naar den inhouden vande voors. octroije te zullen reguleren, Getuijgen waren hierover schepenen ǁ in s'Hertogenbossche Cornelis van Blotenburgh, en Thomas Hubert, Gegeven den Sevenden april XVIIc en Seventien ǁ In littera C. Rollij secretaris

 

Linkermarge:

F.A. Poell ǁ amende

capitaal 1000:0:0.

40e penningen nihil ǁ prout latius in ǁ prothocollo

 

De negotiatie van ǁ het capitaal in de ǁ nevensstaande ǁ gelofte vermelt ǁ mitsgaders de ǁ aflossinge daar ǁ mede gedaan ǁ ten comptoire ǁ der domeijnen ǁ van Brabandt ǁ binnen s'Bosch ǁ verthoont gebleecken ǁ en aangeteijckent ǁ op huijden den 14 ǁ september 1718

D. Gijselaar

 

Dorsale aantekening:

Gecasseerde ǁ Schepen schultbrief ǁ corpus ǁ 1700

 

Dese geregistreert ǁ alhier binnen Tilborgh ǁ den vijffthienden april ǁ seventhien hondert ǁ seventhien

J. de Jong ǁ 1717

 

1000 gulden tot laste vant ǁ corpus van Tilburgh ǁ voor ǁ juffrouwe de wedue Endepoel

 

1000:00:00 ǁ Tilburgh No 63 ǁ Regta 20 octobris 1725 ǁ J. van Heurne

 

verschijnt den eersten maij ǁ en is geconstitueert den ǁ 7 april 1717

 

Vermits de aflossinge ǁ van het capitael van ǁ een duijsent guldens ǁ in het witte deses ǁ gemelt, consenteert ǁ den ondergetekende in de ǁ cassatie deses, Actum ǁ s'Bosch den 29e maert

1700 sestig

Adriaen  Schooneus