Tilburg, Regionaal Archief Tilburg, toegangsnummer 2649, Charterverzameling Geertruidenberg en Raamsdonk, inv. nr. 143.
14 maart 1643
Akte waarbij de Raad van Brabant aan de kerkmeesters “mandement van maintenue” verlenen inzake het proces contra Adriaen van der Elst, schout van Alphen, Baarle en Chaam, als rentmeester der domeinen van Oranje-Nassau, en zijn plaatsvervanger Hendrick van Tendringen over het bezit van twee percelen hooiland, genaamd het kerckelandt, gelegen opde grint bedden, te Steelhoven.
D’eerste Presiderende ende andere Raeden van Brabant, den eersten deurweerder ofte bode macht hebbende te exploicteren ǁ hier toe versocht salut, wij hebben ontfangen de supplicatie van de kerckmeesteren van Raemsdonck, inhoudende hoe dat sij supplianten altijdt ende boven ǁ memorie van alle menschen, sijn geweest inde rustige ende vreedtsamige possessie van seeckere twee perceelen hoy ende weylant genaemt de grintbedden ǁ gelegen tot Steelhoven onder de jurisdictie van Oosterhout, van oudts genaempt, ende noch genaemt het Kerckelant van Raemsdonck, hebbende tselve ǁ landt altijt verhuert ende gebruyckt tot profyte vande voors. kercke sonder contradictie van ijemant, ende hoi wel nyemant en vermocht: de ǁ supplianten, int gebruycken van de voors. landen eenich hinder oft empessement te doen soo ist nochtans sulcx, dat Adriaen van der Elst ǁ den jongen Schout van Alphen Bael ende Caem, als Rentemeester van sijn hoocheyt den Heere Prinse van Orangien Domeijnen door ǁ des selffs last, soo hij pretendeerde vyer ofte vijff jaeren herwaerts. deene helft van de vruchten der voors. landen, feytelijck ende niet geroeft ǁ de supplianten onttrocken ende befonden, hebbende, oock inder jaere XVIC eenentdertich inde hoytijdt door sijnen substituyt Hendrik van Tenderingen ǁ wonende tot Oosterhout hoyerts ende maeyers gesonden inde wederhelft vant voors. landt, pogende daer van de vruchten met geweld ǁ te halen, het welck henluyden bij middelen van rechte is beleth geworden, ende heeft den voirs. van Tenderingen hem nyet ontsien innt ǁ Jaere XVIC twee ende veertich wederomme voor de hoytydt te comen gewapender handt met soldaten op het voors. lant ende met gewelt ǁ daer van het hoy ende vruchten wech te voeren berovende, spolierende ende de possederende daer van armata manu de suppl(iant)en, het welcke immers alsoo nyet is ǁ behoort, soo werden sij genootsaekt hun te keeren aen ons luden voors. Raede (soo sy seyden) versuekende onse provisie van mainctenue in desen dienende ǁ Waeromme soo ist dat wij desen aengesien u ontbied ende bevelen, daer toe committerende bij desen, dat ghy ten versoeke van de H supplianten de selve van wegen de hooge out ǁ maincteneers, styft ene sterckt inde possessie vande voorschreve twee parceelen lants Ende tsaeme gedaen sijnde den voors. Adriaen vander Elst ǁ Hendrick van Tenderengen, ende alle andere die niet sijnde belast ende beveelt van wege als boven, de voors. feytelijcke ende violente turbatie costeloos ǁ ende schadeloos te reduitegreeren henluyden interdicerende van gelycken niet te doen, ende te betalen de costen hier omme gedaen ende in cas van ǁ oppositie daecht den opposant oft opposanten te compareren ofte gemachticht te senden t eenen seekeren gelegenen daege, die ghy hem oft heuluyden beteeckenen sult ǁ voor ons inden voors. rade, omme te seggen de redenen vandye te aenhooren soodanige eysch ende conclusie als die voors. supplianten ten dage dienende ǁ sullen willen doen ende nemen, soo omme inde voors. haere deuchdelycke possessie van de voors. twee parceelen lants, gemainceneert gestyft ende ǁ gepercht te sijn als omme de voors. feyteleijcke turbatie costeloos ende schadeloos oft gedaen te hebben, daertegens als mede omme de supplianten bij provisie te ǁ seyn advidiceren de retardentie te verantwoorden ende voorts te procederen als naer rechte, ons relaterende u wedervaren, zegelen in s Gravenhage ǁ onder den segel vanden voors. Raede hier aen doen hangen veerthien dagen inde maent van martio int jaer ons heeren duysent ses hondert dry ende veertich ǁ By d’voors. eerste presiderende en andere Raeden ǁ Cornelis Gillis ǁ
In dorso:
Mandament ǁ de kerckmeesteren van Raemsdonck ǁ Impettranten van maintenue ǁ contra ǁ Adriaen Verelst rentmeester ǁ ende schout van Alphen, Bael ende ǁ Chaem [***] gedaechdens ǁ meester J. van Roosendele J. vanden Beeck ǁ als procureur ǁ
Zegel:
[***] dagh van recht in ǁ [***][g]eteeckent op den 29 ǁ [a]pril 1643 ǁ