Overslaan en naar de inhoud gaan
Documentnummer 2649-028, laatst bijgewerkt op 3 april 2023, periode 1613

27 april 1540

Vindplaats van het origineel

Tilburg, Regionaal Archief Tilburg, toegangsnummer 2649, Charterverzameling Geertruidenberg en Raamsdonk, inv. nr. 28.

Samenvatting oorkondetekst

Akte, gepasseerd voor schepenen van Geertruidenberg, waarbij Joachim Dirck Floren en zijn broer Peter Dircxs aan Maryken, weduwe van Airt van Gasel zes karolus gulden uit een stuk land, gelegen Inden stelossen dyck tegens tverlaet over, verlijden .

Transcriptie

Wij Henrick Janss. ende Peter van Blocklant Dircxse scepenen in Sinte ǁ Gertruijdenberghe doen cont allen luijden dat voir den richter ende voir ons sijn ǁ gecomen Joachim Dirck Florens soon ende Peter Dircxs sijnen broeder ende ǁ hebben verleden Marijken Aert van Gasels wedue zess karolus guldens stuck ǁ twintich stuivers op haer beijder aengedeelt van een stuck lants van ǁ achtalff hondt lants so dat gelegen is in den stelosz dijck tegens tverlaet ǁ over, aen Verheij ende Stoeldreijer gelegen zuidwart , tcapittel noortwart, ǁ cartusers westwart ende den dijck oostwart dwelck henluijden aengecomen ende ǁ aengedeelt is bij dode Dirck Floriss haeren vader saliger. Te betalen alle ǁ jaer Philip et Jacobi den ijersten meijdach daer den ijersten termijne aff verscijnen ǁ sal anno een ende veertich, in dese manieren en worde dese chijns alle jaer ǁ ten dage voirs. nijet betalen so mach die thoonder des briefs dat opt lant wech ǁ ende eijgene als een kistpandt ende te moge aflossen sullen sij den voors. chijns ǁ den penninck met veertien ende den chijns daer bij, ende sij beloofen den voors. ǁ chijns te vrijen ende te waren ende allen voirnnoemde erff te doen tot dese dach ǁ thoe. In oirconde dese brijeve besegelt met onsen segels. Int jaer ons ǁ heren dusent vijffhondert veertich den XXVII dach in april ǁ

 

In dorso:

op Jochum Dircx ǁ VI Rijnsgulden sjaers ǁ Anneken Jacobs onder de Neijengaert ǁ bekenden van desen rentebrieff ten vollen ǁ betaelt ende voldaen te zijne den eersten ǁ pennick metten lesten ende dat door ǁ handen Johan Niclaess Schuijffhell ǁ Cornelis Elincx ende Balthasar Maes ǁ de Laeckere jegenwoirdige ǁ gasthuijsmeesters deser stede versoecken ǁ desen aen mij secretaris gecasseert ǁ te worden. Actum IX februarij ǁ XVIC ende derthien ǁ Joost Baijens ǁ