Regionaal Archief Tilburg, toegangsnummer 1432, Charterverzameling Loon op Zand, inv.nr. 30.
25 juli 1732
Vonnis van de Hoge Raad van Holland in het proces tussen Willem baron van Lier, en Albert van Dongelberg, markies van Reves, als curatoren over de persoon en goederen van Charles d'Immerselle, graaf van Bokhoven, Heer van Loon etc. en Georg Aalbert, prins van Oost-Friesland als erfgenaam van zijn vader Christiaan Everhard, prins van Oost-Friesland om achterstallige betalingen te voeldoen Met exploot van deurwaarder Nicolaes Leijdeckers van 29 juli 1732.
Oorschot ǁ Uijt cragte van zeeker mandament om ǁ executie te sien decerneeren met de clausule van ǁ edicte in dato den 25. julij 1732. deese mijne relatie ǁ annex, van den hogen rade in Holland geimpetreert ǁ bij offte van weegen Willem baron van Lier, heere ǁ van beijde de Catwijken etcetera en Albert van Dongelberg ǁ marquis van Reves, als bij den rade, en leenhove ǁ van Brabandt, aangestelde curateuren over de persoon ǁ en goederen van Charles d'Immerselle, grave van ǁ Bockhoven, heere van Loon etcetera 't haren versoeke, soo ist, ǁ dat ik onderges. Nicolaes Leijdeckers, eerste deurwaarder ǁ van den gemelden hogen rade mij op den 28. julij 1732. hebbe ǁ gevonden op het stadhuijs alhier in den Hage, en hebbe ǁ na voorgaande klokke geslag van de puije van denselven ǁ stadhuijse bij openbaren edicte, uijt de naam en van ǁ weegen de hoge overigheijt en graafflijkhijd van Hollandt, ǁ Zeeland en Vrieslandt belast en bevoolen den althans ǁ regeerende vorst van Oostvriesland George Albert, prince ǁ van Oostvriesland, als erffgenaem en successeur van ǁ wijlen zijn vader Christiaen Everhard, prince van Oost ǁ vrieslandt, aan de impetranten bij provisie te voldoen, en ǁ te namptiseeren, alle de verloopen jaren renten, in ǁ den mandamente gemelt, te reekenen zedert 11. november 1680. ǁ ijder jaar tot twee duijsendt en sestig guldens oostvries ǁ geldt, en daarinne voorts van jaar tot jaar, zoo ten re ǁ gnarde van den geenen die de impetranten repraesen ǁ teeren, als van desselffs nakomelingen, oft actie van ǁ hun hebbende, te continueeren, tot 'er tijdt toe, deselve ǁ rente, na inhoude van de constitutie zal zijn gelost ǁ en gequeeten, affslaande solutum, en te betalen de cos ǁ ten hieromme gedaan; en in cas van oppositie, zoo heb ǁ be den voorn. althans regeerende vorst van Oostvriesland ǁ George Albert prince van Oostvriesland gedagvaart te ǁ compareeren oft gemagtigde te zenden voor deesen hogen ǁ rade op dingsdagh den tweeden september 1732. omme ǁ te zeggen de reedenen van dien, executie te sien decernee ǁ ren op het verleende profijt van 't verstecq van antwoord ǁ van deesen hogen rade van dato 2. december 1701. op ǁ den te neemen eijsch en conclusie te antwoorden, en ǁ voorts te procedeeren, als naer regten; waarvan behoor ǁ lijke acte op 't voors. stadhuijs hebbe doen affigeeren, ǁ en bij mijne beslooten missive aan gemelde prince van ǁ Oostvriesland tot Aurik toegesonden copie van den ǁ mandamente met acte van mijn exploict, blijkende bij de ǁ recepisse van den postmeester van den Hage op Aurik ǁ in Oostvriesland ten deesen annex, waartoe mij refereere, ǁ 'twelk ik uw edele mogende relateere; Actum utsupra. ǁ Bij mij ǁ Nicolaes Leijdeckers ǁ 1732 ǁ Uijtgeroepen den gedaagde in deesen, ǁ den 2. september 1732. ǁ Bij mij ǁ Nicolaes Leijdeckers ǁ 1732 ǁ Ik onderges. postmeester van de posterije van s'Gravenhage ǁ op Aurick in Oostvrieslandt verklaare dat mij op heeden ǁ door Nicolaes Leijdeckers eerste deurwaarder van den ǁ hogen rade in Holland is behandigt zeekere beslooten ǁ missive, houdende aan zijn hoogh vorstelijke doorlugtighijd ǁ George Albert, prince van Oostvrieslandt, tot Aurick, welke missive ǁ ik aanneeme na mijn beste vermogen te zullen doen ǁ bestellen, en mijn best doen daarvan behoorlijke recepisse te besorgen; ǁ actum Hage 29. julij 1732. ǁ N. van Assendelft ǁ De praesident en raden van den hogen ǁ rade in Holland uijt den name ende van wegen de hoge ove ǁ righeijt ende Graaffelijkheijt van Holland, Zeeland ende Vriesland, ǁ den eersten deurwaarder oft sergeant van wapenen van den ǁ voors. hogen rade, hier op versogt, salut; ǁ Wij hebben ontfangen de ootmoedige supplicatie van Willem baron ǁ van Lier, heere van beijde de Katwijken etcetera en Albert van ǁ Dongelberg, marquis van Reves, als bij den rade en leenhove van ǁ Brabant, aangestelde curateuren, over de persoon en goederen van ǁ Charles d'Immerselle, grave van Bockhoven, heere van Loon, ǁ etcetera, in houdende: ǁ Artikel 1: Dat Enno, in sijn leven grave van Oostvriesland, bij sijne acte ǁ van constitutie, ǁ 2. Gepasseert op den 11e november van den jare 1539 binnen de ǁ stad van Brussel, ǁ 3. Voor hem, sijne erven en nakomelingen, graven van Oostvriesland, ǁ 4. Aan sijnen broeder Jan, ook grave van Oostvriesland, desselfs ǁ erven, nakomelingen of actie van hem hebbende ǁ 5. Heeft belooft, wel en deegelijk te betalen, alle jaren eeuwig en ǁ erffelijk, ǁ
6. En eerst op Sint Maartensdag in de maand van november de somma ǁ van twee duijsend gouden carolus guldens van 84 in 't mark, ǁ 7. Ofte wel de regte waarde daaraff, in andere goeden gevalueerden ǁ gelde, ǁ 8. Binnen den hertogdomme van Brabant, ǁ 9. Elken carolus gulden tot twintig stuijvers Brabants gerekent, ǁ10. Te continueren tot tijd toe, dat de selve renten souden gequeten en ǁ gelost sijn, ǁ11. Gelijk altoos soude mogen werden gedaan, ǁ 12. Mits daar voor gevende en betalende, tot eenen male, binnen de ǁ stad van Antwerpen, de somme van veertig duijsend, gelijke ǁ caroli guldens, ǁ13. Met allen agterstallen en verlopen renten van dien, als doen ǁ betaald sijnde, ǁ vervolg ǁ14. Sijnde deselve renten beset, versekert en gehijpothequeert, ǁ 15. Op het graafschaap, steden en landen, heerlijkheden, huijs, beembden, ǁ bosschen, wateren, rivieren en allen sijnen anderen toebehoren ǁ 16. En dat nog met speciale overgifte, ǁ 17. Dat indien hij Enno grave van Oostvriesland of sijne nakomelingen ǁ in gebreken waren, ǁ 18. Van de voors. rente, ten termijn voors. te betalen, ǁ 19. Dat in dien gevalle de bovengem. Jan, grave van Oostvriesland sijnen ǁ broeder, ǁ
20. Desselfs erven en nakomelingen of actie van hem hebbende ǁ
21. Het gebrek van betalingen, soude mogen vorderen op het voors. graaff ǁ schap, landen etcetera, ǁ 22. En nog generalijk op alle andere goederen, ǁ 23. Die te mogen doen bekommeren, arresteren en belasten, ǁ 24. Met allen regten, geestelijken en wereltlijken, ǁ 25. En tot allen plaatsen, daar hen dat believe soude, ǁ 26. Totte volle betalinge van de voors. agterstallen, ǁ
27. Dat vijff en ½ agste part van de voors. renten sijnde gekomen aan ǁ Jan, grave t'Zerklas, de Tillij en Maria Francoise van Monmorencij ǁ 28. 't zelve bij huwelijkse voorwaarden, op geregt tusschen haar dogter ǁ Magdalena t'Zerklas de Tillij, en Thomas d'Immerselle grave ǁ van Bockhoven, ǁ 29. Sijnde geweest de grootvader en grootmoeder van de voorn. Charles ǁ d'Immerselle, tegenwoordige grave van Bockhoven, ǁ 30. Haar voors. regt en actie, aan de voorn. hare dogter, met ten huwelijk ǁ gegeven, ǁ 31. Het welke, vermits 't overlijden van de gem. Thomas d'Immerselle ǁ en Magdalena t'Zerklas de Tillij, sijnde gedevolveert op Charles d' ǁ Immerseel, ǁ 32. Sijnde geweest de vader en moeder van de voorn. Charles d'Immer ǁ seel, jegenwoordige grave van Bockhoven, ǁ 33. En bevindende, dat de successive graven van Oostvriesland, ǁ 34. De voors. vijff en een halff agtste parten in de voors. rente, ǁ 35. Belopende deselve vijff en een halff agtste part de somme ǁ van tweeduijsend twee en sestig guldens Oostvries geld, ǁ
36. Wel veele jaren aan sijne voorsaten hadden voldaan, ǁ
37. Edog dat daarmede was opgehouden sedert den jare 1680. ǁ
38. Vervolgens in den jare 1700. occasie hadde bekomen ǁ
39. (nadat hij veele jaren vrugtelose devoiren in Oostvriesland ǁ selve hadde aangewend) ǁ 40. Van alhier te lande eenige gelden van de gemelde grave van ǁ Oostvriesland te agterhalen, ǁ
41. En daarop door middel van arrest en mandament van ǁ rau actie geobtineert van desen hogen rade, te ageren, ǁ 42. Met dien effecte, dat ten dage dienende, tegens Christiaan ǁ Everhard, prince van Oostvriesland, eijsch sijnde gedaan, ǁ 43 En geconcludeert, niet alleen, tot decretatie van den voors. ǁ arreste ǁ 44. Maar ook ten aansien van de sake selve in rau actie, ǁ
45. Dat de selve prince van Oostvriesland, soude werden gecondemneert ǁ aan hem Charles d'Immerseel op te leggen en te betalen ǁ alle de verlopen jaren renten, ǁ 46. Te rekenen sedert den 11e november 1680. tot den voors. jare ǁ 1700. toe, ǁ
47. Ieder jaar tot twee duijsend sestig guldens oostvries geld, ǁ
48. En daar inne voorts van jaar tot jaar, ǁ 49. Soo ten reguarde van den impetrant als desselfs erven en nakomelingen ǁ oft actie van hem hebbende, te continueren, ǁ 50. Tottertijd toe, deselve rente na in houde van de constitutie soude ǁ sijn gelost en gequeten, ǁ 51. Ten minsten bij provisie, tot namptissement ǁ
52. En dat het gearresteerde daar voor soude werden verklaard executabel, ǁ 53. Dat de voornoemde prince van Oostvriesland, voor desen hogen rade ǁ hebbende gedaan proponeren exceptie van incompetentie, ǁ 54. Deselve exceptie bij desen hogen rade, naar gehoudene pleijdoije, ǁ 55. Soo bij heeren commissarissen, ter rolle gecommitteert bij appointe ǁ ment van den 27e october 1700. ǁ 56. Als in reauditie bij den volle rade was gerejecteert, ǁ
57. En gemelde prince van Oostvriesland geordonneert, peremptoire te ǁ antwoorden, ǁ 58. Waarna jegens den gemelde prince van Oostvriesland, sijnde verleend ǁ simpel verstecq van antwoord, ǁ 59. Vervolgens van wegens gemelde Charles d'Immerseel 't profijt ǁ van 't verstecq sijnde versogt, ǁ
60. Bij desen hogen rade, op den 2e december 1701. 't profijt van 't ǁ versogte en geobtineerde verstecq is verleend geworden, ǁ 61. Mitsgaders aan denselven sijn versogte provisie van namptisse ǁ ment geadjudiceert, ǁ 62. Item geadmitteert, ter principalen intendit over te leggen, ǁ 63. En verleend een ander mandament, om 't selve te verifieren ǁ met inthimatie, ǁ
64. Behoudens purge van 't default tot ad primam na de ǁ doenmaals aanstaande vacantie van Kersmis, ǁ 65 Dat gemelde Charles d'Immerseel, op de goederen bij hem ǁ van gemelde prince van Oostvriesland gedaan arresteren ǁ 66. Wel devoiren heeft gedaan, omme betaling van sijn agter ǁ wesen te bekomen ǁ 67. Edog dat deselve het ongeluk heeft gehad, ǁ 68. Dat hij sijn gedane arrest vervolgende, in verschil voor desen ǁ hogen rade is geraakt ǁ 69. Met eenige crediteuren van Christina Charlotte, princesse doua ǁ riere van Oostvriesland, ǁ 70. Pretenderende separatie van goederen van gemelde princesse ǁ van die van den voors. prince Christiaan Everhard haren soon, ǁ 71. 't welk van dien gevolge is geweest ǁ72. Dat bij sententie van desen hogen rade, de dato den 29e ǁ julij 1702. is verstaan, ǁ 73. Dat de geconsigneerde en door gemelde Charles d'Immerseel ge ǁ arresteerde penningen ǁ 74. Souden werden gehouden als een effect, toebehorende de goederen ǁ van de voornoemde princesse van Oostvriesland ǁ 75. En sulx voor gesepareert van de goederen van gemelde Christiaan ǁ Everhard, vorst van Oostvriesland, ǁ 76. Behoudens dat partijen, haar op de preferentie en concurrentie ǁ van de voors. penningen voor desen hogen rade, souden mogen ǁ bekend maken, ǁ 77. Dat het selve judicium preferentie et concurrentie den gemelde ǁ Charles d'Immerseel van geen utiliteijt hebbende konnen sijn, ǁ
78. En deselve middelerwijlen, deser werelt, sijn komen aflijvig te ǁ werden ǁ 79. Ook altans geen andere descendenten van de gemelde Charles ǁ d'Immerseel meer resteren ǁ 80. Als desselfs voorn. soon, dewelke de supplianten in desen repraesenteren, ǁ
81. Onder wiens goederen en effecten de supplianten het voors. regt ǁ en actie hebben gevonden, ǁ 82. En sulx, in hare qualiteijt, niet kunnen stille staan, deselve ǁ levendig te houden en te vervolgen, ǁ 83. Maar alsoo de voors. sententie is verjaard en ook de gemelde ǁ Christiaan Everhard, prince van Oostvriesland, reets deser ǁ werelt is overleden, ǁ 84. Hebbende nagelaten sijnen soon, den altans regerenden vorst ǁ van Oostvriesland, George Aalbert, prince van Oostvriesland ǁ 85. Tegens den welken de supplianten niet in staat sijn, het gemelde ǁ verleende profijt van 't verstecq van antwoord, verder ter ǁ executie te leggen, ǁ 86. Ten sij alvorens daarop executie bij desen hogen rade sij ge ǁ decerneert, ǁ Oorschot ǁ Mandament ǁ om ǁ executie te sien ǁ decernerneren ǁ met edicte ǁ Meester ǁ R. Wittenius ǁ advocaat ǁ Sebastiaan Thierry de Bije ǁprocureur ǁ Waaromme de supplianten genootsaakt sijn geworden sig ǁ te keeren tot desen hogen rade, alsoo sij seggen, versoekende ǁ daaromme, onse provisie, ǁ Soo is 't, dat wij, de sake voors. overgemerkt, u ontbieden ǁ ende bevelen, daer toe committerende, mits desen, te trekken ǁ aan den persoon off ter woonstede van den altans regerenden ǁ vorst van Oostvriesland, George Aalbert, prince van Oost ǁ vriesland, ende deselve, als erffgenaam en successeur van ǁ wijlen sijn vader Christiaan Everhard, prince van Oostvriesland, ǁ uijt den name ende van wegen de hoge overigheijt en graaffe ǁ lijkheijt van Holland, Zeeland ende Vriesland, te belasten ende ǁ te bevelen, aan de supplianten, bij provisie te voldoen en te ǁ namptisteren, alle de verlopen jaren renten, te rekenen sedert ǁ den 11e november des jaars 1680. ijder jaar tot twee duijsend ǁ en sestig guldens oostvries geld, en daar inne voorts van jaar ǁ tot jaar, soo ten reguarde van den geenen die de supplianten ǁ repraesenteren, als van desselfs nakomelingen, off actie van hun ǁ hebbende, te continueren, tot'er tijd toe, de selve rente, naar ǁ inhouden van de constitutie, sal sijn gelost ende gequeten, ǁ afslaande solutum, ende te betalen de kosten hier omme ǁ gedaan, ende in cas van oppositie, dagvaard den opposant ǁ oft opposanten te komen ende te compareren oft gemagtigde ǁ te senden, tot sekeren tamelijken dage, voor ons alhier in ǁ den Hage, omme te seggen de de redenen van dien, ǁ executie te sien decerneren op het voorschreven verleende ǁ profijt van 't verstecq van antwoord van desen hogen ǁ rade, van dato 2e december 1701. op den te ǁ nemen eijsch en conclusie te antwoorden ende voorts ǁ te procederen, als naar regten. ende alsoo de voorn. ǁ gedaagde sig onthoudende is, buijten de jurisdictie van ǁ desen hogen rade, soo doet uw exploict bij edicte, in ǁ ordinaria forma, welk exploict bij u alsoo gedaan sijnde ǁ bij ons gehouden sal worden, als oft het aan de persoon ǁ selve gedaan ware; latende ten behoeve van de gedaagde ǁ copije van desen en van uwen exploicte ons overschrijvende, ǁ ten voors. dage, wes gij hier inne gedaan sult hebben, gegeven ǁ in den Hage, onder 't zegel van justitie vanden voors. hogen ǁ rade, den 25e julij 1732. ǁ Bij mijnen heeren den praesident en raden van den ǁ hogen rade over Holland, Zeeland en Vriesland ǁ N. vander Haer ǁ Mandament om ǁ executie te sien decer ǁ neren met de clausule van ǁ edicte. ǁ Willem baron van Lier cum suis ǁ qualitate qua ǁ
H 1o ǁ De Bije ǁ Numero 14 H 1o ǁ