Overslaan en naar de inhoud gaan
Documentnummer 2649-098, laatst bijgewerkt op 3 april 2023, periode 1803

8 april 1803

Vindplaats van het origineel

Tilburg, Regionaal Archief Tilburg, toegangsnummer 2649, Charterverzameling Geertruidenberg en Raamsdonk, inv. nr. 98.

Samenvatting oorkondetekst

Akte waarbij schepenen van Geertruidenberg verklaren dat Johan Cop, substituut secretaris en procureur te Geertruidenberg, als gemachtigde van Mathijs van Son Hendrikzoon, als executeur van de nagelaten boedel van Johan Hogerwerf, voor schout en schepenen van Geertruidenberg in het openbaar heeft verkocht een weiland, gelegen in den brand onder Geertruidenberg, aan Jan van der Wees te Geertruidenberg, voor 1875 gulden, 17 stuivers en 8 penningen. 

Transcriptie

Compareerde voor de ondergen. scheepenen der stad Geertruijdenberg, Johan Cop Substituut ǁ secretaris en procureur ter deeser steede in qualiteit als last en procuratie hebbende ǁ van den heer Mathijs van Son Hendrik zoon in qualiteit als executeur over den boedel ǁ en nalatenschap van wijlen de heer Johan Hogerwerf volgens procuratie gepasseert ǁ voor den notaris Jacobus Johannis Verwoert en getuigen in s'Hage de dato 13 januarij 1803 ǁ ten deesen vertoond en geleesen, dewelke verklaarde verkogt te hebben publicq ten overstaan ǁ van schout en scheepenen alhier, en als nu met vrijen gifte over te geeven aan en ten ǁ behoeven van Jan van der Wees, woonende binnen deese stad, die meede compa ǁ reerde in koop verklaarde te accepteeren een perceel weijland groot vol ǁ gens 't quohier der verpondingen drie morgen geleegen in den Brand onder ǁ deese stad, aan den Steelhovense weg, oost de voorsz. weg en dijk, west de ǁ Distelsteeg zuijden Lammert du Bois noorden Roelof van Sul. en dat met ǁ zodanige vrijdommen actien en servituiten zoo active als passive als ǁ 't zelve land hebbende en subject is volgens d'oude brieven, beschijden ǁ en verkoopconditien daar van zijnde, bekennende den verkooper in zijn ǁ qualiteit voor koop en overgifte deeses voldaan en betaald te ǁ zijn met eene somma van achtienhonderd vijfentzeeven ǁ tig guldens, zeeventhien stuijvers acht penningen ǁ contant geld, de rantsoenen a 1 1/2 stuijver van den gulden daaronder ǁ gereekend, gelovende overzulks voorn. verkogte te zullen vrijen ǁ en waare jaar en dag na deeser steede vierschaar regt ǁ is vrij van renten praeter s'heeren cijns. ǁ Actum ter secretarije van Geertruijdenberg praesent de ǁ scheepenen Willem de Rooij en Govert Weterings den 8e april ǁ 18c en drie. ǁ In kennisse van mij ǁ J H Verkouteren ǁ

In de marge:

J. Cop
Solvit ǁ XL penning ǁ Xde verhoging

Dorsale aantekening:

Vestbrief ǁ van een perceel weijland ǁ groot 3 morgen ǁ voor ǁ Jan van der Wees ǁ In dato 8 april 1803