Overslaan en naar de inhoud gaan
Documentnummer 2324-0017, laatst bijgewerkt op 3 april 2023, periode 1970

1 februari 1780

Vindplaats van het origineel

Regionaal Archief Tilburg, toegangsnummer 2324, Charterverzameling Drimmelen (en Made, Hooge en Lage Zwaluwe en Terheijden), inv.nr. 17.

Samenvatting oorkondetekst

Octrooi van de Staten van Holland, Westfriesland etc. waarbij Made vrijgesteld wordt van de 100e en 200e penning en toestemming krijgt tot  heffen van een personele omslag voor het herstel van de kerk.

Transcriptie

De staaten van Holland ende Westǁvriesland doen te weeten: Alzoo ons te kennen ǁ is gegeeven bij schout en verdere regenten van ǁ de Made, geleegen onder de jurisdictie der stad ǁ Geertruijdenberg ǁ Dat de supplianten uit oorzaake van de ǁ zeer geringe fondsen zoo van derzelver kerk; als ǁ ook van ’t dorp Made en de slegte gesteltheid ǁ van hun gemeente in en opgeseetenen mitsgaǁders ’t afbranden van der zelver school en schoolǁhuis en andere onvermijdelijke desastres gants ǁ buiten staat zijnde geraakt om te konnen voorzien ǁ in de reparatien en ’t onderhouden van derzelver ǁ vervallen kerkgebouw zig in ’t begin van den ǁ jaare 1774 bij request aan ons hadden geadǁdresseert met zeer ootmoedig verzoek ten einde ǁ het ons goedgunstelijk mogte behaagen omme ǁ aan de supplianten tot de hoogstnoodige repaǁratien van haare voorschreeve kerk ende ǁ ten einde de godsdienst daar in na behooren ǁ zouden konnen worden waargenoomen te verleenen ǁ zodanige toereikende subsidie en hulpe als wij ǁ uit vaderlijke goederzierenheid en in consideratie ǁ van de redenen hiervooren en breeder ten voorschreve ǁ requeste geallegieert gratieuselijk zoude gelieven ǁ goed te vinden: zoo als aan ons uit den teneur ǁ van den zelve requeste comelijk neevens hun laaste ǁ requeste gevoegt en tot wekers inhoud de supplianǁten zig kortheids halven refereeren zoude konnen ǁ geblijken ǁ Dat op der supplianten voorschreve gedaan ǁ verzoek tot hier toe door ons niet gedisponeert en ǁ interim de voorschreeve kerk tot zodanig verder ǁ verval geraakt zijnde dat daarin zonder periǁcul geen dienst konde werden verrigt de suppliǁanten tot merkleijk bezwaar en ongerief van ǁ hun predikant en gemeente hadden moeten onǁdergaan, dat al zeedert vier jaaren op ordre ǁ van zijn doorluchtige hoogheid den heere ǁ prince van Orange en Nassau, bij provisie ǁ en tot dat de voorschreve kerk zoude zijn ǁ gerepareert en weeder in staat gebragt ter verǁrigtinge van den openbaaren godsdienst, den ǁ geheelen kerkendienst was geaffecteert aan, en verǁricht in de gecombineerde kerk van Drimmelen ǁ dat de supplianten op ’t beklag en den aandrang van derzelver gemeente, en om niet te ontǁvallen van alzulken voorregt en commoditeit ǁ bijzonder voor oude en gebrekkelijke lieden, om ǁ ter plaetse hunner wooninge te kerk te kunnen ǁ gaan en ondertusschen met ’t onderhoud van ǁ pastorije of predikantswooninge te blijven ǁ bezwaard, hadden gemeend hun pligt te zijn ǁ om ter voorkominge van alzulke prejudicie ǁ en ongemak hunne instnatien bijde heeren ǁ raaden van hoogst gedagte zijne hoogheit te ǁ continueeren ten einde actueel in de reparatie ǁ en onderhoud van voorschreeve kerk op de een ǁ of ander manier mogte werden voorzien ‘tgeen ǁ dan ook eindelijk van dat effect was geweest, ǁ dat welgedachte heeren raaden volkoomen ǁ overtuigt van de onmogelijkheid waarin de ǁ supplianten door de zeer geringe fondsen van ǁ hun dorp en kerk waaren gebracht om aan ǁ die hoogstnoodige reparatien en toekomende ǁ onderhoud iets van belang te konnen toebrengen ǁ provisioneel en terwijl over ’t vinden van de ǁ daar toe benodigde gelden en fondsen wierde gedeliǁbereert hadden gelieven goed te vinden tot wegǁneeminge van de voorschreve grieven om de ǁ supplianten bij resolutie van den 3en junij 1778 ǁ te authoriseeren, om met een werkelijke verkleining ǁ van ’t gebouw en tot me[.]nage van het toekomend ǁ onderhoud ’t overige gedeelte tot eene kleindere ǁ kerk op te bouwen en te appoprieeren na de ǁ grootheid van de tegenwoordige gemeente en kerkganǁgeren van Made en Drimmelen ’t geen dan ook ǁ als zodanig bij publique besteedinge op den 8en julij 1778 besteed en aangenoomen was voor ǁ eene somme van 3720 ǁ en toepareeren en verplaatsen ǁ van uurwerken 160 ǁ waarbij naderhand de vervallen ǁ predikstoel als niet en staat bevonden ǁ om met voordeel gerepareert te worden ǁ door de supplianten op authorisatie ǁ als boven ’t vernieuwen en stellen ǁ van dien was besteed voor 300 ǁ en dus te zaamen bedraagende 4180 ǁ een somma van vier duijzend een ǁ honderd en tachtig guldens 4180 ǁ behalven de verdere onkosten zoo van solliciǁtatien, opsicht plans en bestekken als andere ǁ accessoiren van eenig buiten werk en ’t verzorgen ǁ der nodige zitstoelen on de kerk ǁ Dat de betalinge der voorschreeve aannemingspenǁningen in drie termijnen ieder ad twaalfhonderdǁveertig guldens bij de besteedinge belooft sijnde ǁ en de supplianten interim geen middelen of fonǁsen hebbende om daar aan te voldoen, zig bij ‘t ǁ verschijnen van ’t eerste en tweede termeijn ǁ telkens nader over de betalingen der verscheene ǁ en verder te vervallen termeinen der aanneeǁmingspenningen en van de verdere besteede ǁ werken hadden geaddresseerd aan opgemelde ǁ heeren raaden van hoogstgedagte zijne hoogheit ǁ met dien uitslag, dat, geduurende de deliberaǁtien over ’t gheele werk van [..]dres, welgedagte ǁ heeren raaden uit het comptoir der domeijnen ǁ en geestelijke goederen van zijne doorluchtigste ǁ hoogheid, bij provisie aan de supplianten ter beǁtaalinge van de voorschreve termeijnen halven ǁ doen verschieten de daar toe benodigde gelden ǁ ter somma van twee duijzend vierhonderd en ǁ tachtig guldens en bij nadere revolutie van ǁ den 3en augustus 1779 op speciale last van zijne ǁ doorlugtige hoogheid de supplianten van ’t weeder ǁ opbrengen dier penningen goedgunstelijk hadden ǁ gelieven te libereeren, en dezelve te converteeren in ǁ eene gratificatie en subsidie ten behoeve van ǁ de kerk op de Made ter voorschreve somma van ǁ twee duijzend vier honderd tagtig guldens, met ǁ wijdere last en authorisatie om de overige derde part van de voorschreve aannemingspenningen ǁ ad twaalfhonderd veertig guldens, als mede ǁ die van ’t herstelde uurwerk en vernieuwde preǁdrikstoel te negotieeren teegens den interest van ǁ 21/2 percent ǁ en naamen de supplianten verder de vrijheijd ǁ omme zich bij deezen nader aan ons te addresǁseeren met zeer oodmoedig verzoek dat wij ǁ bij onze deliberatie op der supplianten vooǁrens ingediende requeste behalve de reedenen ǁ aldaar geallegeerd tegens in aanmerkinge geliefden ǁ te neemen de reedenen hier vooren gemeld, door ǁ welke zijne doorluchtige hoogheid ter contemplatie ǁ van de geringe gesteldheid van der supplianten ǁ fondsen en ’t onvermogen hunner gemeente was ǁ gepermoveert geworden tot het doen van de hier boǁvengemelde gratificatie van twee duijzend vierǁhonderd en tagtig guldens. En waar door en ǁ door ’t negotieeren van de gelden die ter voldoeǁninge van de resteerende aannemingspenningen ǁ herstelde uurwerk en vernieuwde predrikstoel nooǁdig waaren en met alle de accessoiren van dien ǁ tot twee duijzend guldens meer of min zoude ǁ koomen te monteeren, de supplianten dan wel ǁ ’t geheel verval en ruine hunner kerk en de ǁ noodzakelijkheijd van hunne openbaaren godsdienst ǁ elders waar te neemen zouden zien voorgekoomen ǁ doch egter boven en behalven ’t nadeelig slot van v de laast opgenomene dorps rekening over den jaare ǁ 1776 en 1777 ad twee duijzend neegen guldens ǁ zig zouden bezwaard vinden met een te negoǁtieeren capitaal van twee duijzend gulden ǁ hier vooren gemeld tot voldoening van ’t voorschreve ǁ restant der kerk reparatien met den aankleeren ǁ van dien tot af quijtinge van welke schulden ǁ of tot merkelijke verbeeteringe van dorps oft ǁ kerksfinantien der supplianten in en opgezetenen ǁ niets van eenig belang zouden konnen toebrengen ǁ en te minder door dien dezelve in en opgeseetenen ǁ welkers landen al meest in den Amilia polder gelegen ǁ waaren seedert ’t presenteeren van der supplianten ǁ eerste request door de successive overstromingen en ǁ menigerlije doorbraaken der dijken van gemelde ǁ polder in november 1775 en 1776 telkens voorgevallen ǁ op nieuws, en wel sodanig waren geaffligeert geǁworden dat zij in plaats van de dijkslasten, die ǁ doorgaans op een rijksdaalder per mergen waren ǁ omgeslagen ter zaake voorz. Calamiteiten en tot ǁ herstel der geontramponeerde en door gebrookene ǁ dijken met agterlatinge en uitstel van andere minǁre judiciabele nodige werken hadden moeten draagen ǁ in den jaare 1776 zeeven guldens 1777 negen guldens ǁ 1778 twaalf guldens en dit lopende jaar 1779 vier gulǁdens per merge en daar door zodanig waren uitgeput ǁ in hun particuliere vermogens dat zij niet als door ǁ den tijd en zeer bezwaarlijk tot verademinge zouǁden konnen komen ǁ door alle welke reedenen de supplianten dan ook verǁtrouwden en mitsdien zeer oodmoedig verzochten ǁ ten einden het ons goed gunstiglijk mogte behagen ǁ om tot foutien der finantien zoo van ’t dorp als ǁ kerk van de Made, uit een singuliere gratie ǁ aan de supplianten mede te verleenen, een toereiǁkende gratificatie of subsidie tot betalinge van ǁ de resteerdende derde part der voorschreeve aanneemingsǁpenningen en verdere kosten tot herstel van de ǁ kerk van de Made met den aankleeven van dien ǁ te zaamen ter somma van twee duijzend gulǁdens ofwel zodanige andere als wij na de gesteldǁheid van der supplianten omstandigheeden, zouǁden gelieven goed te vinden ǁ Immers en in alle gevallen bij onverhoopten ǁ afslag of verminderinge van dien aan de suppliǁanten te accordeeren vrijdom van den 100e en 200e ǁ penning van ’t capitaal door de suppplianten te ǁ nogetieeren en wijders om tot vindinge der interesǁsen dies en tot aflossingen van voorschreve te ǁ noegotieeren capitaal te mogen heffen een geringe ǁ personeele omslag over de in en opgezeetenen van ǁ de Made mitsgaders een jaarlijks predicqstoel v en benkgeld met convenabele begraeffenisregten ǁ ten behoeven van de kerk op de Made ǁ Soo ist dat wij de zaake en ’t verzoek voorschreve ǁ overgemerkt hebbende en na ingenomen consideǁratien en advis van onze gecommiteerde raaden ǁ genegen weezende ter bede van de supplianten uit ǁ onze regte wetenschap souveraine magt en authoǁriteit de supplianten hebben geauthoriseert zoo ǁ als wij dezelve authoriseeren bij deesen om tot vinǁding van het geen zij ter betaaling van de reparatien ǁ aan hunne kerk gedaan nog te kort koomen ǁ met vrijdom van de honderdste en tweehonderdste ǁ penningen tegens den interest van uiterlijk ǁ drie percent te mogen neocieeren een som van ǁ twee duizend huldens en voorts tot betaaling ǁ van de interessen van dit capitaal de aflosǁsing van het zelve en het goedmaaken van ǁ het jaarlijks onderhoud van de gemelde kerk ǁ de supplianten te qualificeeren zoo als wij ǁ dezelve qualificeeren bij deeze om geduurende ǁ den tijd van vijftien eerstkomende en agtereenǁvolgende jaaren over derzelver in en opgezeten ǁ jaarlijks te moogen omslaan een som van een ǁ honderd en vijftig guldens op zoodanige wijs ǁ als zij supplianten in redelijkheid en naar ǁ een ieders vermoogen sullen bevinden te behooren ǁ als mede om geduurende den voorschreeven tijd ǁ ten behoeven als vorens nog te moogen vorderen ǁ en ontfangen van ieder plaats in een bank ǁ van der supplianten kerk jaarlijks tien stuijvers ǁ en op een stoel drie stuivers voor ieder half ǁ uur luijen over een lijk boven dertien jaaren ǁ oud, voor de koster ses stuivers en voor de kerk ǁ veertien stuivers doch onder de tien jaaren oud ǁ voor de koster drie stuivers en voor de kerk sevenǁ stuivers voor het gebruik van de groote baar ǁ een gulde, en voor de kleine thien stuivers, voor het ǁ maaken van een graf in de kelder voor een lijk ǁ boven de thien jaaren oud zes guldens en onder ǁ de thien jaaren oud drie guldens alsmede op het ǁ kerkhoff voor een lijk boven de thien jaaren oud ǁ eene gulde en onder de thien jaaren oud ǁ eene gulde en onder de thien jaaren oud thien ǁ stuiver voor het gebruik van he beste doodkleed ǁ vier guldens, voor het tweede   twee guldens en voor ǁ het minste eene gulde en gelsten wij een ijder ǁ dien het aangaan zal zich naar deesen te reǁguleeren ǁ gedaan in Den Haage onder onzen grooten ǁ zeegele hier aan doen hangen den eersten februǁarij in ’t jaar onze heeren en zaligmakers ǁ duijzend seven honderd en tachtig ǁ [***] ǁ ter ordonnantie van de staaten ǁ [***] ǁ

 

In dorso:

Octroij ǁ voor ǁ schout en verdere regenten van Made gelegen ǁ onder de jurisdictie der stad Geertruijdenberg ǁ tot vrijdom van 100e en 200e penning en permissie ǁ tot het heffen van een personele omslag tot ǁ herstelling hunner kerk ǁ de 1e februarij ǁ 1780 ǁ