Regionaal Archief Tilburg, toegangsnummer 1432, Charterverzameling Loon op Zand, inv.nr. 71.
6 november 1621 / 25 maart 1636
Schuldbekentenis voor schepenen van s-Hertogenbosch door Bartholomeus zoon van wijlen Nicolaes Bartholomeus en Wouter zijn zoon en Jan Wijnen zijn zwager, allen inwoners van Loon op Zand, aan Willem Vos als executeur van het testament van de overleden Wouter Tolinck Diercxs, van 24 karolus gulden in de jaren 1623, 1624 en 1625 en ten slotte 424 gulden en 17 stuivers in 1626. Op achterzijde kwitantie van 25 maart 1636 door de kinderen van de overleden mr Willem Vos en Wouter Meeusse, inwoner van Loon op Zand, voor de betaling van de cijns waarvan nog een schuld resteert van 140 gulden, 15 stuivers en twee oort, waarvoor ze een regeling treffen.
Bartholomeus soone wijlen Nicolaes Bartholomeus s. ende met hem Wouter sijn soone en Jan ǁ Wijnen sijnen swager, alle ingesetenen der heerlickheijt van Venloon, dat men noemt Loon op Sant ǁ hebben gelooft ende gelooven mits dezen als schuldenaren principael onverscheijden ende allen voor ǁ all op verbant van hennen persoonen ende allen hennen goederen present ende toecomende meesteren Willemen ǁ Vos, als executeur vanden testament lesten ende uutersten wille zaliger Wouters Tolinck ǁ Diericxs s., de somme van vijerentwintich carolus gulden t'stuck tot twintich stuvers goets ǁ gancbaer gelts ten tijde vanden betaelinge gereeckent, vanden hoochtijde van Onsser ǁ Liever Vrouwen Lichtmisse ierstcomende over een jaer, item gelijcke ǁ somme van Lichtmisse toecomende over twee jaeren, noch gelijcke somme ǁ van vijerentwintich gulden int hoochtijt van Lichtmisse toecomende over drije ǁ jaeren, ende alnoch de somme van vijerhondert vijerentwintich gulden ǁ prijse voerts van thoochtijt van Onsser Liever Vrouwen Lichtmis ierstcomende ǁ over vijer jaeren als men schrijven sall sestienhondert zessentwintich te voldoen ǁ ende te betaelen, ende binnen dezer stadt van sHertogenbossche vrij van alle ǁ commeren ende lasten egheenen uijtgescheijden te leveren, ende dit t[er] ǁ oersaecken van goeden geleenden gelde ende prompte penningen, bij den voors. ǁ Wouteren Tholinck in sijnen leven ende oock daer nae bij den voorn. meesteren Willemen Vos aenden voers. Bartholomeus tot sijnen gerieff ende ǁ contentement geleent ende geschoten, volgende de schriftelijcke bekente ǁ nissen ende obligatien daeraff gegeven die hier mede sullen comen te ǁ [***]eltten ende cesseren, getuijgen waeren hier over schepenen inne sHertogenbossche Jacob van Balen ende Rombout Rombouts ende Gegeven ǁ den sesten dach der maent novembris, int jaer ons heeren duijsent sesshondert ǁ ende eenentwintich. ǁ Handtekening niet leesbaar ǁ
Dorsale aantekening:
Op heden den XXVe dach der maent Martij 1636 soe hebben de kijnderen wijlen meester Willem ǁ Vos ende Wouter Meeus s. woonende tot Venloon vande interest van desen schultbrieff bij den ǁ voors. Wouter Meeus s. [***] aen hen tot vierentwintich gulden jaerlicx gelooft, tot desen daege ǁ toe verschenen afgereeckent, ende bij slote van dese bevonden, dat de voors. Wouter ǁ Meeus s. alnoch schuldich ende ten achteren is vande voors. interest de somme van hondert ǁ veertich gulden vijftien stuijvers twee oort, ter goeder reeckeningen, dewelcke ǁ de voorgen. Wouter Meeussen heeft gelooft ende gelooft mits desen aende ǁ voors. kijnderen ter ijerster gelegentheijt te voldoen, behoudelick daer aen ǁ Jan Geerit V[.]erden dertich gulden voor het bederven geschiet, soo inde [***] ǁ van Breda ende anderssints, ende heeft de voors. Wouter Meeus s. daer van ǁ
versocht ende is bijde voors. kijnderen toegestaen, dat sij het [***] capitael vande voors. ǁ schultbrieff tot vierentwintich vierhondert gulden [jaerlicx], soude [***] ǁ onderhouden, soude daervan jaerlicx aende voors. kijnderen betaelen int hoochtijdt van ǁ Lichtmisse vierentwintich gulden, ende dat soo lange als de voors. kijnderen ǁ zall gelieven hem de voors. paijment nader te laeten, tgelijck hij allen tselve gelooft ǁ heeft t'achtervolgen, Acte ten daege maende en(de) jaere [***] ter presentie van ǁ meester Godefroij van Herlaer ende [***] Tolinck als getuijgen [***] deser stadt ǁ Wouter Meessen ǁ secretaris ǁ getuijgen
in de marge:
[***]