Overslaan en naar de inhoud gaan
Documentnummer 1431-076, laatst bijgewerkt op 3 april 2023, periode 1779

23 april 1779

Vindplaats van het origineel

Regionaal Archief Tilburg, toegangsnummer 1431, Charterverzameling Hilvarenbeek (en Diessen), inv. nr. 76.

Samenvatting oorkondetekst

Akte van belening door raad en leenhof van Brabant en de landen van Overmaze van Arie van Golverding, Jacob Arnold Keuchenius, Govert Timmers, Sebastiaen Rijken en Louis Baijens, schepenen van Hilvarenbeek in hun rol als Helige Geestmeester van Hilvarenbeek, met deel van de ridderlijke tiende, genaamd de Vorsselaers Tiende. 

Transcriptie

D'Eerste Presideerende ende andere Raden van den Rade en Leenhove van Braband ende ǁ
Landen van Overmaze, doen te wetene, dat Jacob Arnold Keuchenius schepen van Hilvarenbeek, compareerden voor onze ǁ lieve ende beminde, de Heeren Nicolaes Hendrik van Hoorn, Eerste Presideerende Raed ende Stadhouder, mitsgaders ǁ Nicolaes Jacob Buteux, en Anthonij Jan Reijgerbosch, vervangende de Heeren Willem van Laer, en Carel de Verdun,ǁ insgelijks Raden ende mannen van Leen van den gemelte Rade ende Leenhove, en exhibeerde acte van van speciale last en commissie ǁ op den 24e Maert 1779 door Cornelis Willem Heijnsius, officier, Arie van Golverding, den zelven Jacob Arnold Keuchenius,ǁ Govert Timmers, Sebastiaen Rijken en Louis Baijens, schepenen der Vrije Heerlijkhijd en Dingbanke van Hilvarenbeek, als ǁ opperprovisoiren van de armen, genaemt den Heijlige Geest der voorszeide Heerlijkhijd en Dingbanke, ter zake na beschreven op ǁ hem comparant verleeden en gepasseert, Ende versogte in die qualiteijt van wegens de Hoog Mogende Heeren Staten Generael der ǁ Vereenigde Nederlanden als representeerende den Hertoge van Braband ten behoeve van gezegden Heijlige Geest armen, mits het ǁ overlijden van Pieter Smilten, die den 18en Februarij 1755. als sterfman was te boek gestelt, verleijd en beleent te worden met een ǁ achtste gedeeelte van de Ridderlijke Tiende, genaemt de Vorsselaers Tiende, binnen de Vrijhijd Hilvarenbeek geheven wordende ǁ waarop den Raed ende Leenhof uijt den naem ende van wegen de Hoog gemelten Heeren Staten Generael den voornoemde ǁ stadhouder ende mannen van Leen gemeent hebben te wijzen des regt onleesbaar zelve verklaart ende geweesen voor regt, dat wij den voornoemde comparant (in zijn voorszeide qualiteijt) in hulde ende manschap ontfangen ende ten behoeve van de ǁ voornoemde Heijlige Geest armen, met de voorszeide een achtste gedeelte in de Ridderlijke Tiende genaemt de Vorsselaers Tiende van dien ǁ beleenen zulle, ende is alzoo den comparant (in qualitijt voorszeid) daar aff gekomen te handen ende monde, doende hulde ǁ ende eed van eere ende trouwe met al het gunt naer Leenhofs Regt van Braband schuldigh ende gehouden was te doen ǁ ende de voornoemde Heijlige Geest armen, met de voorszeide hierboven gespecificeerde leengoederen beleent, behoudens den Heer ende ǁ een ijgelijk zijn regt, En word tot sterfman van dezen leene gestelt de voornoemde Jacob Arnold Keuchenius, ende de T'oirconde ǁ hebben wij den zegel van den gemelten Rade en Leenhove deze brieve doen aanhangen ende bij onze griffier ondertekenen ǁ gedaen ende alzoo gepasseert in SGravenhage drie en twintigh dagen in de maend van April in het jaer onzes Heeren ǁ duijzend zeven honderd negen en zeventigh onleesbaar hebben wij den zegel van den gemelten Rade ende Leenhove deze brieve doen ǁ aanhangen ende bij onze griffier ondertekenen [***] haekskens staet, is superflu[.]

 

Op de pliek:
Bij d'voorsz(eide) Eerste Presideerende ende andere ǁ
Raden ǁ
L:V:Spaan ǁ

 

In dorso:
Leenverhef ǁ dato 23 april 1779 ǁ Numero 7 ǁ