Regionaal Archief Tilburg, toegangsnummer 1428, Charterverzameling Tilburg (en Goirle, Berkel-Enschot en Udenhout), inv.nr. 476
26 november 1686
Uitspraak van de Raad van Brabant in het proces tussen Jan Melis, koopman te Tilburg en Wouter van Dijck.
D'eerste presiderende, ende ǁ andere raden van Brabant, onse lieve ende beminde die van den ǁ gerechte tot Tilburgh, Zaluijt, wij hebben ontfangen de supplicatie van Jan ǁ Melis coopman tot Tilburgh voorn., inne houdende dat hij suppliant proces is ǁ sustinerende voor u Lieden in qualite als gedaechde, op ende jegens Wouter van Dijck ǁ als aenlegger dat die saecke op den 18e van dese maent november gebracht sijnde ǁ ter rolle de termijn die als doen te houden mede was brengende ofte daer inne bestaen ǁ moste van wegen den suppliant, datter moste versocht worden, dispositie ofte expeditie ǁ van justitie, dat des suppliants procureur in plaetse van het hier voirgeroerde versoeck ǁ te doen bij abuijs, en inadvertentie gedicteert heeft, dat hij versochte diminutie alias ǁ de suppliant of desselfs provisoir soude hebben te toonen den appoinctemente tot ǁ diminutie, dat daerop bij u Lieden is geappoincteert dat de suppliant soude ǁ hebben te exhiberen den appoinctemente tot diminutie, dat alsoo ǁ soo danich appoinctement noijt en is geslagen, en dat gelijck hier boven geseijt ǁ het voorn. versoeck bij des suppliants procureur is gedaen bij pure inadvertentie ǁ en bij abuijs, soo vint den suppliant geraetsaem afstant te doen van ǁ 't selvige versoeck, verclarende hem met het selvige versoeck niet te ǁ behelpen, edoch voor soo veel de parthije hem daer aen soude willen houden ǁ en dat soo danich abuijs daertoe de suppliant geen instructie gegeven heeft ǁ den suppliant niet behoort te brengen in een laberint, daer uijt hij niet ǁ en soude konnen geraecken in allen gevalle dat hij vertrout daer tegen ǁ relevabel te sijn, [***] weshalven keert den suppliant hem aen ons in den voorn. ǁ (soo hij seijde) versoeckende onse provisie van relief addresserende aen u Lieden ǁ in desen dienende, Waeromme soo ist, dat wij desen aengesien u ǁ ontbieden ende bevelen (daertoe committerende bij desen) dat ghij ǁ partijen, of der selver procureur voor u Lieden in rechten geroepen ofte present ǁ sijnde ghij den suppliant admitteert, ende ontfanght, ende dat welcken wij ǁ verstaen bij u Lieden geadmitteert ende ontfangen te moeten worden omme ǁ aldaer te doen alsulcken versoeck, als hij te rade vinden sal, ten eijnde ǁ hij werde gereleveert voor soo veele des noot sij, van het gedicteerde, ende ǁ pretens versoeck op de rolle van u Lieden vande 18e deser maent door des suppliants ǁ procureur buijten des suppliants ordre, ofte kennisse gedaen dicteren, ende de ǁ altercatien daer op gevallen, mitsgaders 'tgene daerop mach gevolght ǁ sijn, en gestelt in soo danigen staet als of het voorn. versoeck noijt en was ǁ gedicteert, nochte eenige altercatien daerop gevolght, ofte iet was dien aen ǁ gaende voorgevallen en was, en geadmitteert om als noch versoeck te mogen doen van ǁ expeditie van justitie, Daerop bij partijen ofte desselfs procureur te antwoorden ǁ ter contrarie te sustineren, ende in der sake voorts te procederen soo behooren sal ǁ u Lieden voorts ontbiedende (:daertoe committerende bij desen:) dat ghij partijen ǁ die inde voorn. sake gehoort, goet cort onvertogen recht doen, ende expeditie ǁ van justitie, Ende indien ghij de sake daertoe, ende tot relivement op 'tgeene ǁ voorn. is, bevint gedisponeert, indien gevalle hebben wij den suppliant van nu voor ǁ als dan vant' gene voorn. is gereleveert, ende releveren uijt sonderlinge gratie ǁ bij desen, ende voorts geadmitteert als boven, Want wij bevonden hebben ǁ t'selve alsoo te behooren, Gegeven in 'sGravenhage, onder den zegel van den ǁ voorn. rade hier aen doen hangen, den ses en twintichsten november XVIc ǁ ses ende tachtentich.
Bij d'voorn. eerste presiderende ende andere raden, ǁ N. van der Haer ǁ 1686