Regionaal Archief Tilburg, toegangsnummer 1428, Charterverzameling Tilburg (en Goirle, Berkel-Enschot en Udenhout), inv.nr. 150
16 mei 1676
Akte van schuldbekentenis, gepasseerd voor schepenen van ’s-Hertogenbosch, door Johan Kreijssers, oud borgemeester, voor zichzelf en als gemachtigde van drossaard, schepenen, borgemeesters, oud borgemeesters en de meest gekwalificeerde ingezetenen van de heerlijkheid Tilburg, aan Francis van Blotenburch, namens Emmerentia van Roij, weduwe van mr. Johan van Ravesteijn, in zijn leven advocaat te ’s-Hertogenbosch, van 2000 karolus gulden.
Seigneur Johan Keijssers oudt borgemeester der heerlijcheijt Tilborch ǁ voor sich selffs, ende mede inde naeme ende gemechticht tot het naervolgende van Henricus ǁ Verschueren, Drossard, Richard Versteegh, Wouter Keijsers Ego de Wits, Laureijns Wijtens Schepenen ǁ Henricus Hubertus de Roij tegenwoordighe regeerende borgemeester, Adriaen van Ethen, Goverts van ǁ Dijck Roeloff Kievits, Adriaen Kerckhoff, Peter Colen, ende Jan Jansse van de Veen oudt borgemeesters ǁ Charles de Roij, Peter Gorems, Gerard Maes, Joachim de Meijer, Hendrick Schaepsmerders, Guiliam ǁ vander Asdonck, Jan Wijtens Peter de Roij ende Heijliger Jan Colen, Inwoonders ende mede vande ǁ gequalificeerste, ende meest geerffdens representerende de heele gemeijnte der voorschreven ǁ heerlijcheijt Tilborch inne procuratie brieven onder het gemeijne schependoms segel ende ǁ signature haerder substituet secretaris gedepecheert wesende vander date den vijftienden meij lest ǁ leden Ende uijt crachte der machte hem daer bij soo blijckende was gegeven, heeft gelooft, soo op verbant ǁ van sijn eijgen, als der voors. constituanten persoonen ende goederen hebbende ende vercrijghende ǁ ieder als principael ende onverscheijden ende een voor all, Ende daer neffens alnoch Seigneur Adria ǁ nus Donckers inwoonende borgher alhier als schuldenaer principael op verbandt van sijnen persoon ǁ ende alle sijne goederen present ende toecomende onverscheijden ende een voor all, aen monsieur Francis van ǁ Blotenburch tot behoeff van jouffrouwe Emmerentiana van Roij weduwe wijlen d'heer ende meester Johan van ǁ Ravesteijn in sijn leven advocaet alhier, de somme van twee duijssent carolus gulden tot twintich ǁ stuijvers goet permissie gelt elcken gulden gereeckent, metten interest vandijen tegens vijfs ten ǁ hondert van heden over een jaer te voldoen, ende te betaelen, ende binnen dese stadt vrij van alle ǁ lasten egeene uutgescheijden te leveren sonder langer uutstell, ofte oock eenich tegenseggen in rechte ǁ ofte daer buiten, overmits d'oprechte deughdelijcheijt deser schuldt is spruijtende van goede ende welge ǁ telde penninghen, bijde voors. volmachtichde tot behoeff vande voors. heerlijcheijt gehadt ende ontfanghen ǁ uijt handen vande voors. Emmerentiana van Roij, gelijck hij eerste gelover dat verclaerde ende be ǁ kende midts desen, Ende ofte het gebeurden dat de voors. somme ten voors. daghe niet en wierde ǁ gerestitueert, soo geloven de voors. gelovers alnoch op verbandt als voor daer van interest te ǁ geven alsvoor tot de effectuele afflossinge toe, Getuijghen waeren hier over schepenen in sHerto ǁ genbossche Rogier van Leefdael ende Simon Coenraet Lintworm, gegeven den sestienden dach ǁ der maendt Maij int jaer ons heeren duijsent sesshondert ende sessentseventich
J L Cattenburgh ǁ 19e meij 1676
Secretaris Cats
Dorsale aantekening:
gecasseerde ǁ schuldbrief ǁ corpus
Op den twee en twintigsten ǁ maij seventien hondert en ǁ elff is dese schepene schuldbrieff ǁ alhier ter secretarije gecasseert ǁ date ut supra ǁ [***] Wesselen secretaris ǁ 1711
1676
Affgelost 22e meij 1711 ǁ Tilborch
schultbrief van ǁ 2000 gulden capitael
Lecta coram D. S. ǁ in Buscoducis Ackersdijck ǁ van der Helst, A ǁ Berckels Actum den 13 ǁ september 1697
S. Lintworm