Regionaal Archief Tilburg, toegangsnummer 1428, Charterverzameling Tilburg (en Goirle, Berkel-Enschot en Udenhout), inv.nr. 124
15 februari 1577
Akte van verkoop door schout, schepenen, gezworenen, rekenmeesters, kerkmeesters en heilige-geestmeesters, mede namens de ingezetenen van de heerlijkheid Tilburg en Goirle, aan ………, zoon van wijlen Geerit Adriaen Geerit Meeus, van een stuk erf of gronden, gelegen ter plaatse geheten voor dat Tilborchse crenck by Dongen aenden cleynen ioerstbosch (?), te Tilburg, om oorlogslasten te kunnen betalen.
Wij Schouteth, Schepenen, Gesworens, [Reecken]meesteren, Kerckmeesteren ende Heylige geestmeesteren binnen der ǁ heerlycheyt, ende der dorpen van Tilborch, ende Goorlle, uuyten naam van ons selffen ǁ ende voorts uuyten name van alle onse innegesetene, der heerlycheyt ende der dorpen ǁ voorschreven, die wy in tgene hier nae volgen sall, met hennen vryen will, weten, ende ǁ consent inne desen zyn vervangende, maken condt eenenyegelycken, dat wy volgende ǁ den consente van onse alre genedichste heere die Conincklycke majestyt van Hispanien, ǁ als Hertoige van Brabant, blyckende tzelve by zynder majestyts opene brieven van octroye ǁ gedateert vanden zevensten dach in julio, in den jare ons heeren, duysent vyffhondert ǁ ende vyffentseventich, ondergeteeckent item de zoete, met wellwesen, ende verg[e] ǁ noege van joncheeren, Caerlle van Malsen, onse jegenwoordige heere van Tilborch ǁ ende Goorlle voors., om te vervallen, die costen, schaden, ende lasten, die wy hebben ǁ geleden, ende noch dagelycx zyn lydende, deur die continuele tochten, uuyteringen ǁ ende onderhoudingen, van alreley ruyteren, ende zouldaten, te voet ende te peerde, die dagelycx deur dese heerlycheyt ( als gelegen, opte groote, ende ge ǁ meyne herbane) syn passerende, ende repasserende, voorts deur dat onderhout ǁvanden stercten inde Langestrate, jegens die van Sinte Geertruydenberge, ende ǁ deur andere menichfuldige, ende onverdrachelycke lasten, daer inne wy geduerende ǁ dese jegenwoordige troublen, belaten, ende gevallen zyn, wittelyck, ende erffelyck ǁ hebben uuyt gegeven, ende met voorgaende kerckegebode, ten affhange voor alle mannen ǁ vercocht hebben in eenen wittigen coope, Willemen zoon wylen Geerit Adriaen Geerit Meeus ǁ zoon, Een stuck erffs oft gronden, van onse gemeynte tot heye ende weye liggende vierentwintich loopensaet, ende tweendertich royen oft daer omtrent begrypende, ǁ gelegen binnen der parochie van Tilborgh, ter plaetse geheyten voor dat Tilborchse ǁ crenck by Dongen aenden cleynen Werfbosch, tusschen erffenisse Govaerts Matheeusen ǁ Wouters, dat hy van deser gemeynte oock inne heeft genomen aen die een zyde, ende ǁ tusschen erffenisse Jans Cornelisse die Ber, bij hem oock inne genomen, aen die anderen ǁ zyde, streckende vander voors. gemeynte, totter loopender Leye toe aldaer ǁ der Nyeuwen dyck, beneffens die selve Leye geordineert zynde tusschen beyde ǁ is loopende, Omme dat zelve stuck erffs, oft gronden voors., by Willeme coop ǁ voorgenoemt inne gegraven, besloot, ende beheymt, te moigen worden, soe hy ende ǁ zyne erffen, oft nacomelingen, baet ende prouffyt daer aff zullen willen hebben, Ende ǁ hebben wy daer op tot behoeve desselffs coops voors. volcomelyck vertegen, met ǁ overgeven ende affgaen, in vuegen ende manieren, als dat behoorlycken ende ǁ recht is, Gelovende wy schouteth, schepenen, gezwoorens, rekemeesters, kerckmeesters, ǁ ende heylige geestmeesters, alle bovengenoemde, voor ons selven, ende voor onse ǁ oiren ende nacomelingen innegesetene deser heerlycheyt voors., onder dat ver ǁ bant van alle die goeden, totter zelver onser gemeente behoorende Willemen ǁ coop voors., dat selve stuck gronden van erven, te waren loss ende vry, gelyc men loss ǁ ende vry erven schuldich is te waren, ende dit vercoopen, uuytgeven, opdraghen, ǁ affgaen, ende verthyen voors., altyt vast ende stentich te houden, ende van onsen ǁ wegen te doen houden, sonder ennich wederseggen, ende alle commer ende ca ǁ laengie daer op comende, altemaell aff te doen, Behoudelyck, dat die voor ǁ genoemde cooper, hier uuyt zal gelden, iegens dat buynder twee stuveren ǁ Brabants, nae advenant tsiaers gewinchyns, in des hertoigen chyns, op Sinte ǁ Thomas dach, tot Oisterwyck te betaelen, Ende dat dit erve ten eeuwighen daghen ǁ zall staen ten schote ende ten lote, ende voorts ten gebode des heeren, als van ǁ schouwen, van heyningen, van watergangen, van wegen, ende van stegen, zoe ǁ die van des heeren, ende der wethouderen wegen alhier, alreede geordineert syn, ǁ ende in toecomenden tyde tot gemeyn welvairt vandien lande geordineert zullen ǁ worden, Ende des toorconden, zoo hebben wy schepenen voors., ten versoucke vande ǁ schouteth, gesworens, reeckemeesters, kerck, ende heylige geestmeesters , oock voors. ǁ den zegel ons gemeyn schependoms, hier onder aen doen hangen, Gegeven int ǁ jaer ons heeren duysent vyff hondert ende zevenentseventich, Opten vyff ǁ thiensten dach in februario, folio 3